Vraag en Antwoord

Hier vindt u een overzicht van de meest gestelde vragen over de RegioExpres.
Vraag en Antwoord
Algemeen

De RegioExpres is een trein die tussen Winterswijk en Doetinchem overal stopt, om vervolgens als sneltrein non-stop door te rijden naar Arnhem Centraal. Het is een extra trein tussen Arnhem en Doetinchem. Tussen Doetinchem en Winterswijk verandert de frequentie niet. Om de RegioExpres mogelijk te maken is dubbelspoor nodig tussen Didam en Doetinchem De Huet.

De RegioExpres zorgt voor een grote verbetering van de bereikbaarheid, woon, -werk- en leefbaarheid van de regio’s Achterhoek en Liemers. De sneltrein is een gezamenlijke ambitie van provincie Gelderland, ProRail, gemeente Montferland, gemeente Doetinchem, Regio Achterhoek, 8RHK ambassadeurs, Regio Arnhem Nijmegen, Arriva en Connexxion. Per dag profiteren ruim 21.000 reizigers.   

Het wordt aantrekkelijker om te (blijven) wonen in de Achterhoek en Liemers, doordat de regio’s beter en sneller worden verbonden met Arnhem-Nijmegen en de Randstad waar ook veel mensen wonen, werken of studeren;

Andersom geldt dit zeker ook. Bedrijven, scholen en recreatiemogelijkheden in de Liemers en de Achterhoek zijn beter (duurzaam) bereikbaar voor werknemers, studenten en toeristen.

Snelheid: de reistijdwinst voor reizigers tussen Arnhem Centraal en de Achterhoek is tot 13 minuten. Door een betere aansluiting op de intercity’s richting de Randstad en Nijmegen bedraagt de reistijdwinst 20 minuten.

Capaciteit: de RegioExpres biedt extra capaciteit en ontlast de stoptreinen. Hierdoor zijn er meer zitplaatsen beschikbaar voor reizigers uit de Liemers.

Betrouwbaarheid: door het extra dubbelspoor verbetert de betrouwbaarheid van het spoor en is er minder kans op storingen en vertragingen. De treinen rijden meer op tijd.

Duurzaamheid: met de RegioExpres zullen meer mensen de auto en de drukke A12/A18 verruilen voor de trein.

Veiligheid: de stationsomgevingen van Wehl en Doetinchem De Huet worden verbeterd.

Dienstregeling: het extra dubbelspoor biedt ruimte voor versnelling van de ICE Duitsland richting Utrecht/Amsterdam en de treinverbinding tussen de Randstad en Nijmegen.

We gaan uit van 1x per uur. Dit betekent dat er 5x per uur een trein tussen Doetinchem en Arnhem rijdt, want ook de kwartierdienst tussen Arnhem en Doetinchem blijft rijden. De RegioExpres rijdt 1 keer per uur op werkdagen, van de start van de dienstregeling tot en met de avondspits. De dienstregeling met RegioExpres vindt u op de home-pagina

De RegioExpres kan op z’n vroegst in 2027 rijden. Een concrete planning, die bestaat uit meerdere scenario’s afhankelijk van bijvoorbeeld de grondverwerving, presenteren we in de 1e fase van de Planuitwerking. 

Het perron op station Wehl is nu al smal. De RegioExpres is een doorgaande trein en rijdt met ongeveer 60km per uur langs dit perron. Dit is een onveilige situatie. Er is daarom gekozen om een nieuw perron aan de noordzijde -dit is de kant van de graansilo- te realiseren. De afweging is toegelicht in de nota Voorkeursalternatief (PDF 5 MB).

Als gevolg van het dubbelspoor moet ook station Doetinchem De Huet aangepast worden. Er wordt een nieuw perron aan de zuidzijde gerealiseerd. De verbinding tussen de perrons gaat via de overweg Jan Willinkstraat. Deze overweg wordt aangepast en wordt hiermee ook een stationsoverpad. Tegelijkertijd wordt ook de directe omgeving aangepast, waarmee de veiligheid zal verbeteren. De afweging is toegelicht in hoofdstuk 3.2 van de nota Voorkeursalternatief (PDF 5 MB).

Voordat de RegioExpres kan rijden, zijn aanpassingen aan de overwegen noodzakelijk. Om de veiligheid te verbeteren worden er gerichte maatregelen op overwegen in de gemeente Montferland en gemeente Doetinchem gerealiseerd. Er worden geen overwegen opgeheven. De globale maatregelen zijn toegelicht in hoofdstuk 3.3 van de nota Voorkeursalternatief (PDF 5 MB).

Infrastructuur

Voor 1x per uur de RegioExpres is dubbelspoor nodig tussen Didam en Doetinchem de Huet. Hierdoor kunnen treinen elkaar passeren. Bij Wehl is in 2015 al een klein stuk (station Wehl – overweg Bleeksestraat) dubbelspoor gerealiseerd, hier is uiteraard geen spoorverdubbeling meer nodig.

Het dubbelspoor komt vanaf Didam tot en met de overweg Bievankweg aan de noordzijde. Daarna gaat het tweede spoor verder aan de zuidzijde van het huidige spoor, omdat dit aan deze zijde beter inpasbaar is. Uitgangspunt is dat het huidige spoor blijft liggen. Echter, op plaatsen waar dit gelet op de inpassing niet mogelijk is, zijn meerdere oplossingsrichtingen. We werken deze varianten in detail uit met direct belanghebbende in de Planuitwerking. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Oude Beekseweg en Lange Klauwenhof in de gemeente Montferland. De gemaakte keuzes voor het voorkeursalternatief leest u in hoofdstuk 4 van de nota Voorkeursalternatief (PDF 5 MB).

De snelheid op het traject wordt niet verhoogd. Tussen stations gaan treinen dus niet harder rijden. Wel passeert de RegioExpres stations zonder te stoppen en rijdt deze dus op hogere snelheid langs perrons.

Op dit moment niet. Wel wordt bij de nieuwe stukken spoor een beperkte ruimte gereserveerd voor het eventueel plaatsen van bovenleidingportalen in de toekomst.

Elektrificatie is geen onderdeel van het project. Aan de zijde van het nieuwe (tweede) spoor wordt wel een ruimte gereserveerd  voor bovenleiding portalen. Indien elektrificatie in de toekomst gerealiseerd wordt, dan hoeven aan deze zijde geen grootschalige werkzaamheden plaats te vinden en wordt de hinder voor de omgeving beperkt.

Op dit moment worden in Nederland proeven gedaan met batterijtreinen. De resultaten en conclusies van deze proeven zijn nog niet bekend. In het Voorkeursalternatief en alle onderzoeken wordt daarom rekening gehouden met het huidige dieselmaterieel. Het ruimtelijk besluit moet haalbaar en uitvoerbaar zijn. Innovatieve technieken bieden deze nodige zekerheid (nog) niet. Dat maakt dieselmaterieel voor nu het uitgangspunt. 

Procedures en inspraak

De kosten voor het noodzakelijke dubbelspoor zijn in de vorige fase (2019) geraamd tussen € 107 en € 167 miljoen. Op dit moment is dat tussen € 91 en € 133 miljoen. De investeringkosten voor overwegmaatregelen vallen lager uit dan verwacht. Ook is de traverse bij Doetinchem De Huet komen te vervallen. Tenslotte valt de kwaliteit van de bodemgesteldheid op verschillende locaties beter uit dan verwacht.

Nee, nog niet. Dat is pas duidelijk wanneer het benodigde geld beschikbaar is, definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, er sprake is van een onherroepelijk projectbesluit/ inpassingsplan en alle gronden zijn verworven. De verwachting is dat de RegioExpres in 2027 kan rijden. Provincie, reizigers, gemeenten, ProRail, bedrijven, scholen en vervoerders hebben aangegeven dat zij een sterke behoefte hebben aan minimaal 1x per uur een RegioExpres. Provinciale Staten van Gelderland hebben in 2017 alvast € 30 miljoen gereserveerd. Provincie Gelderland lobbyt bij het Rijk voor een substantiële bijdrage.  

We investeren in de toekomst. Voor de RegioExpres is een maatschappelijke kosten baten analyse (MKBA) (PDF 2 MB) gemaakt. Het effect van Covid-19 op de reizigersaantallen is hierin meegenomen. De baten-kostenverhouding (0,73) is hoog voor een OV-project 

In januari 2022 keurden Gedeputeerde Staten keurden het Voorkeursalternatief goed. Ook stelden ze voor tot overgang naar de 1e fase van de Planuitwerking. In februari 2022 kreeg dit besluit steun van Provinciale Staten.

Hierin wordt het Voorkeursalternatief in detail uitgewerkt. Een aantal concrete stappen zijn het opstellen van een Ruimtelijk Functioneel Ontwerp (RFO). Hierin wordt duidelijk hoeveel ruimte er definitief nodig is het nieuwe spoor.Ook doen we uitgebreid onderzoek naar de effecten van de RegioExpres op de omgeving (zoals ecologie, stikstof, geluid, trillingen en waterhuishouding). We starten een m.e.r.-procedure en stellen ook een Milieueffectenrapport (MER) op. Voor kabels en leidingen wordt een verleggingsplan opgesteld.  

In de 1e fase van de Planuitwerking werken we aan de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Dat is een onderzoeksagenda waarin staat wat de aard en het doel is van het project en de plannen, welke alternatieven worden bekeken en welke milieueffecten worden onderzocht. We bepalen in dit document ‘het detailniveau’ van het (milieu)onderzoek. Bijvoorbeeld van (water)bodemonderzoek, stikstof en ecologie. Daarnaast stellen we een participatieplan op, waarin we beschrijven hoe we de omgeving informeren en betrekken bij de plannen.

De provincie Gelderland heeft Notitie Reikwijdte en Detailniveau (PDF 2 MB) en het Participatieplan Planuitwerking RegioExpres (PDF 1 MB) opgesteld. De ter inzage legging en mogelijkheid om een zienwijze in te dienen is gesloten. 

De omgevingsmanager is het aanspreekpunt. We betrekken de omgeving bij de uitwerking van mogelijke aanpassingen aan de Lange Klauwenhof, het Wehlse bos en de stationsomgeving van Doetinchem De Huet (inclusief de Jan Willinkstraat).

Ook kunnen inwoners en betrokkenen in een latere fase van de Planuitwerking gebruik maken van de formele inspraakmomenten bij de m.e.r. en bij het ontwerp projectbesluit inpassingsplan.

In de Planuitwerking wordt het gekozen Voorkeursalternatief gedetailleerd en uitgewerkt tot een ontwerpbesluit. Ook wordt de m.e.r.-procedure doorlopen. Inwoners en betrokkenen kunnen reageren op het ontwerpbesluit en het milieueffectrapport (MER) door een zienswijze in te dienen. De zienswijzen worden verwerkt in het definitieve besluit. Het definitieve besluit staat open voor beroep bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In de Verkenningsfase zijn meerdere onderzoeken gestart voor een eerste inventarisatie van het gebied. De uitkomsten zijn bedoeld voor een goede eerste beeldvorming. In de Planuitwerking worden vervolgonderzoeken uitgevoerd. De onderzoeksaanpak staat beschreven in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (PDF 2 MB).

Bij spoorprojecten zijn verschillende onderzoeken standaard. Bijvoorbeeld onderzoek naar ecologie, met een veldbezoek en inventarisatie van flora en fauna. Ook een eerste onderzoek naar niet gesprongen explosieven en archeologie vallen hieronder. Ook kijken we naar naar afwatering, kabels en leidingen, en  de samenstelling van de bodem en luchtkwaliteit. 

De onderzoeken naar stikstofdepositie (neerslag) en naar geluid, trillingen en ligging van het spoor hebben onze extra aandacht vanwege de impact op de planning en de uitwerking van het project.

Bekijk hier de Samenvatting geluidsonderzoek RegioExpres (PDF 3 MB).

De aanpassing van de geluidsproductieplafonds staat los van het project RegioExpres. Wanneer de RegioExpres gaat rijden wordt hiervoor een nieuwe procedure doorlopen.

In de Verkenning (2020-2021) voerden we een aantal verkennende onderzoeken uit en maakten we een eerste globale inschatting van milieueffecten. In de Planuitwerking (2022-2024) starten we een m.e.r. onderzoek (milieueffectrapportage) naar effecten van de RegioExpres op onder andere geluid, lucht, stikstof, trillingen, ecologie, archeologie en explosieven. De onderzoeksaanpak staat beschreven in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (PDF 2 MB).

Het doel van de Verkenning was om te komen een betaalbaar, vergunbaar en technisch maakbaar Voorkeursalternatief (PDF 5 MB), een plan op hoofdlijnen met voldoende draagvlak en maatschappelijke baten (Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse (PDF 2 MB)  en Afwegingskader Inpassingsvraagstukken (PDF 180 kB).

In de Planuitwerking werken we het gekozen Voorkeursalternatief verder uit en regelen we de bestemmingswijzigingen en de belangrijkste vergunningen. Wat voor instrument er uiteindelijk voor de bestemmingswijziging gekozen wordt, is op dit moment nog niet bekend. Dat is ook afhankelijk van de wet die dan geldt: de huidige Wet ruimtelijke ordening of de nieuwe Omgevingswet.

Wie in de buurt van het spoor woont of werkt, kan hinder ondervinden van geluid of trillingen. Deze onderzoeken voor RegioExpres hebben dan ook onze extra aandacht. Waar mogelijk, treffen we maatregelen om geluidshinder en trillingen te verminderen én te voorkomen.

Er zijn verschillende mogelijkheden om geluidshinder en trillingen aan te pakken. De voorkeur gaat uit naar aanpak bij de bron, de trein of de rails. Kan dat niet, dan kunnen we eventueel geluidsschermen of –wallen plaatsen, of woningen isoleren tegen geluid en trillingen.  

Leidend hierbij zijn de wettelijke normen. Dit zijn regels voor de maximale geluidsbelasting op gevels van woningen langs het spoor. Ook gelden er grenzen aan de hoeveelheid geluid (geluidsplafonds). De Rijksoverheid heeft maatregelen vastgelegd die deze overlast voorkomen of beperken. Meer informtie vindt u op de pagina “Maatregelen tegen overlast voor omwonenden langs het spoor” op Rijksoverheid.nl

In de Planuitwerking (2022-2024) werken we het gekozen Voorkeursalternatief in detail uit en regelen we de bestemmingswijzigingen en de belangrijkste vergunningen. Welk instrumenten we inzetten is op dit moment nog niet bekend. Dat is ook afhankelijk van de wet die dan geldt: de huidige Wet ruimtelijke ordening of de nieuwe Omgevingswet. Wel is duidelijk dat we iedereen dan in de gelegenheid stellen om te reageren (een zienswijze in te dienen) op het ontwerpplan en het bijbehorende milieueffectrapport. Na de vaststelling van het plan kan eventueel nog beroep worden ingesteld bij de Raad van State.

U kunt een aanvraag voor planschade pas indienen nadat het inpassingsplan of projectbesluit onherroepelijk is. Dit is landelijk zo vastgelegd. Op dit moment is dit nog niet het geval en kan er dus geen aanvraag worden ingediend. De ruimtelijke procedure is voorzien in 2022 – 2025. 

U vindt alle gegevens op de contactpagina.