Van krimpgebied naar kansgebied: het treinverkeer vaker en sneller in de Gelderse regio’s de Liemers en Achterhoek

Makkelijk reizen naar werk of studie, meer mensen vasthouden in en trekken naar de regio, er een dagje op uit. Bereikbaarheid is voor de Liemers en de Achterhoek van groot belang. En de spoorlijn Winterswijk-Arnhem behoort nu al tot 1 van de drukste regionale lijnen van het land. Vanwege de stops op alle tussenliggende stations zijn reizigers best lang onderweg, en de meesten hebben hun eindbestemming dan nog niet bereikt. Daarom werken we met de regionale vervoerders Arriva en Connexxion, ProRail en gemeenten Montferland en Doetinchem aan de sneltrein RegioExpres, als aanvulling op de huidige stoptreinen op dit traject.

Vaker en sneller

Kees den Otter (vervoerontwikkelaar bij Arriva) houdt zich bezig met de toekomst van het spoor. Dat hoort bij de ontwikkelopdracht die provincie Gelderland heeft gegeven aan Arriva.


Den Otter: “De lijn Winterswijk-Arnhem is een erg lange spoorlijn. 2 dingen vielen op. Tussen Winterswijk en Arnhem stopt de trein nu 12 keer. Wil je als reiziger van Winterswijk, Aalten of Varsseveld bijvoorbeeld door naar de Randstad, dan ben je lang onderweg. Tegelijk zien we dat kernen als Zevenaar, Duiven en Westervoort groeien en daar steeds meer reizigers in- en uitstappen. Het gevolg is dat we dan al helemaal vanaf Winterswijk met lange (aan elkaar gekoppelde) treinen moeten rijden om op een relatief kort stukje van de lijn (tussen Duiven en Arnhem) alle reizigers mee te kunnen nemen. Voor het aantal reizigers dat we vervoeren tussen Winterswijk en Doetinchem zijn de treinen eigenlijk te lang en voor het groeiende aantal reizigers tussen bijvoorbeeld Duiven en Arnhem zou je juist wel meer treinen in willen zetten. We zochten naar mogelijkheden om de treininzet slimmer te organiseren, en tegelijk ook naar mogelijkheden voor een snellere verbinding van de Achterhoek naar Arnhem.”

Over zulke zaken spreekt hij onder meer met Klaas Hofstra, hoofd Ontwerp infra en dienstregeling bij ProRail. Hofstra denkt mee en weet wat er haalbaar en betaalbaar is en welke infrastructuur nodig is. Ze wogen diverse opties af.


Hofstra: “Er waren 2 wensen: sneller van Winterswijk en nabijgelegen stations naar Arnhem, en tegelijk de hoge frequentie naar Arnhem behouden voor de vele reizigers vanuit bijvoorbeeld Duiven en Zevenaar.” Zo ontstond het plan voor 2 treinen: een stoptrein en een sneltrein, de RegioExpres. De RegioExpres rijdt als stoptrein tussen Winterswijk en Doetinchem, en daarna als sneltrein in één keer door naar Arnhem, en andersom. Een aparte stoptrein rijdt tussen Doetinchem en Arnhem. Den Otter: “Reizigers die de sneltrein pakken, hebben 12-13 minuten minder reistijd. Met een gunstige overstap naar Utrecht kun je daar met de auto niet tegen rijden.” Ook voor reizigers die tussen Doetinchem en Arnhem in de stoptrein stappen is er voordeel. De RegioExpres is namelijk een extra trein. De langeafstandsreizigers zitten in de sneltrein, waardoor er meer zitplaatsen zijn in de stoptrein voor reizigers uit de Liemers. Reizigers in beide richtingen langs de hele lijn profiteren dus van de voordelen.

Prettig wonen, werken en studeren

De Achterhoek is een krimpregio, maar met stevige groeiambities op wonen, werken, studeren en recreatie. Den Otter ziet in andere krimpregio’s dat goed openbaar vervoer helpt. “Omdat voorzieningen uit dorpen verdwijnen, moeten inwoners ervoor naar de stad. Door een goede ov-verbinding ben je daar snel en makkelijk. Mensen vinden het weer prettig in zo’n regio te wonen. Ook anderen merken dat je door die goede bereikbaarheid heel prima in een dorp kunt (blijven) wonen, ook jongeren. Door die extra inwoners komt er weer meer leven in de kernen zelf: winkels, recreatie, noem maar op. Dat maakt het wonen nog prettiger. Krimpgebieden worden door goed openbaar vervoer kansgebieden.”

Werken aan de toekomst

Op de huidige infrastructuur kan dit plan niet, vertelt Hofstra. “Maar met een investering in extra spoor wel. Ik kijk of die investering genoeg oplevert, en aansluit bij toekomstplannen voor het spoor. Die toekomstplannen worden uitgewerkt in het landelijke programma ‘Toekomstbeeld OV’. Die visie is mooi, maar je komt pas echt vooruit door concrete stappen te zetten, en dat doen we met de RegioExpres. Het is verder goed om te weten dat we door deze investering ook in de toekomst opties hebben om op verder te bouwen. Zo gaan we er (op verzoek van de provincie) voor nu van uit dat de sneltrein 1 keer per uur rijdt; dit kan op enig moment uitgebreid worden naar 2 keer per uur.” Die doorgroei naar 2 keer per uur kost in de exploitatie géén extra treinenstellen, omdat bij 1 keer per uur de trein een half uur stilstaat in Arnhem en bij 2 keer per uur niet. Je kunt dus met hetzelfde aantal treinen een hogere frequentie voor de RegioExpres rijden. Dus meer reizigers, met de inzet van hetzelfde aantal treinen. Dat is erg gunstig voor de betaalbaarheid van de exploitatie.

Verkenningsfase

Het plan voor de RegioExpres werd voorgelegd aan de provincie. De reactie was erg positief, dus startte ProRail met ingenieursbureaus in opdracht van de provincie met de nodige onderzoeken. Ook Arriva en Connexxion denken mee in deze verkenningsfase. In de onderzoeken wordt onder meer gekeken naar mogelijke geluidsoverlast, de veiligheid van spoorwegovergangen waar meer treinen gaan rijden en het dubbelspoor tussen Didam en Doetinchem De Huet. Al die onderzoeken zijn de puntjes op de i. Aan het einde van de verkenning komt een voorkeursalternatief: een plan dat is getoetst op alle aspecten, en waarvan de dienstregeling is doorgerekend. Den Otter werkt graag samen met de provincie. “Als Arriva kunnen we geen spoorlijnen aanleggen, daar moet de provincie opdracht voor geven aan ProRail. De provincie wil veel doen voor goed openbaar vervoer. Dat de provincie zo innovatief en vooruitstrevend meedenkt en meedoet, motiveert enorm.”

Trein levert veel op 

Door de maatregelen in het openbaar vervoer door COVID-19 daalde het aantal reizigers, maar Den Otter is ervan overtuigd dat de verwachte groei alsnog komt. “Misschien een paar jaar later, maar die groei komt. En dan is de RegioExpres nodig.” Hofstra: “Infra bouwen en onderhouden kost veel geld, dus willen we weten dat een investering rendabel is. Daarom is samenwerken met vervoerders zo leuk, zij kunnen goed doorrekenen wat nieuwe infrastructuur gaat opleveren. Niet alleen qua extra reizigers, maar ook de impact op de jaarlijkse exploitatiekosten. Dat laatste is van groot belang, om zeker te weten dat provincie Gelderland het over 10 jaar ook nog kan betalen.” En deze investering betaalt zich terug, meent Hofstra. “Door kortere reistijd kan het materieel efficiënter worden ingezet en komen er meer reizigers. De sneltrein is natuurlijk sneller en door dubbelspoor rijdt ook de stoptrein sneller, omdat die dan niet meer bij een tussenstation op de trein in de andere richting hoeft te wachten. In Doetinchem wordt de aansluiting op de bus beter, en de overstap naar de Randstad wordt betrouwbaarder. Reizen wordt bovendien aangenamer door meer zitplaatsen. Dat alles samen levert reizigers en de regio’s de Liemers en de Achterhoek veel op.”